Drama

dra∙ma (het, o; meervoud: drama’s; verkleinwoord: dramaatje)

  • toneelstuk, m.n. treurspel: een drama opvoeren
  • droevige reeks van gebeurtenissen
  • uit het Oudgrieks: handelen, doen

Bovenstaande betekenis komt uit het woordenboek. Op school zien we het gelukkig veel breder!

 

Tijdens de lessen Drama staat je schoolwereld altijd twee uurtjes op z’n kop. 

Mimiek, personages, lachen, gieren, brullen, verbeelding, iedereen, zelfvertrouwen, tongtwisterbattle, gedichtenwandeling, toneel, improvisatie, voorlezen, muziek, poppenkast, creativiteit, woord, lichaamstaal, houding, doen. Dit zijn enkele woorden die wij verbinden met het talentmoment drama!